Helmondse Schaakclub

Verslagen van HSC B

 

Ronde 6 (24 februari): HSC B - Dubbelschaak A (door Retze Faber)

HSC B – Dubbelschaak A – een dubbeltje op zijn kant

Het was een mooie dinsdagavond in ons vertrouwde Helmond. We wisten het nog niet, maar de lente stond op het punt om aan te breken en ik typ dit terwijl de temperatuur voor mijn gevoel 10 graden is gestegen sinds vorige week.

Het zou een drukke avond worden in ons clubhuis dat steeds meer uit zijn voegen aan het barsten is. Ons andere avondteam speelde tegen de altijd gezellige Tilburgers en er waren ook veel saldospelers van de partij.

Toen ik binnenkwam waren bord 1 en 2 van de Dubbelschakers al gearriveerd. Ze reisden in duo's. Ik vroeg me af of dat een voorwaarde was om bij Dubbelschaak te mogen spelen – het alles in twee doen. Maar ik besloot die gedachte snel te laten varen.

Bord 2 kwadraat – de dubbele centrumexplosie en de enkele fianchetto

Onze teamchef, captain Sanders, was op het laatste bord deze keer net iets anders van start gegaan dan anders. Geen dubbele fianchetto, maar een enkele, maar wel besloot hij (en zijn tegenstander) twee pionnen in het centrum te pleuren.

Die bleven daar – naar het leek – een eeuwigheid gespannen te blijven wachten, terwijl Paul de kans kreeg om met tempo wat stukken naar de koningsvleugel te dirigeren.

Toen dat dubbele centrum eenmaal stiekem door Paul geopend werd, zag de Dubbelschaker even de enkele fianchetto op b2 over het hoofd. Paul sloeg dankbaar dubbel in – eens in op g7 en daarna op h7 met mat.

Ik hoorde Paul twee keer dank je wel zeggen (dacht ik 😊).

Bord 3 – de dure naam die de huid niet te duur verkocht

Ik was de volgende die zijn partij afsloot.

Ik had de erg sympathieke Hans Bakx tegen, waarmee ik het genoegen had een praatje te maken terwijl de andere borden al in diepe gedachten waren verzonken. Hij vertelde me onder andere dat hij eigenaar was van de dure variant van de naam Baks – dus Bakx. Als bezitter van een enigszins ongebruikelijke naam, vond ik dit wel leuk om te horen en het was al met al een zeer leuk onderhoud.

In de partij zelf bleek mijn tegenstander gelukkig niet bekend te zijn met het concept van de versnelde draak, die ik voor de gelegenheid maar weer eens had afgestoft. Hij probeerde tevergeefs een Yugolslav-setup te kiezen, maar omdat zwart in 1 zet naar d5 kan in plaats van 2 (d6 – d5) pakt dit nooit zo geweldig uit. Toen hij besloot nog maar een tempo weg te geven door zijn paard op d4 met c3 te dekken, kon ik nog meer druk op de stelling zetten.

Het leuk inzetten van mijn toren op d3 (die niet geslagen kon worden) betekende het begin van het ondubbelzinnige einde.

De tweede winst stond op het bord: 2 – 0.

Bord 2 – het aanvalsduo op het themabord

Op dit bord was oud-jeugdtalent en nieuw-seniorenvernietiger JP aangetreden. De man die liever twee pionnen dan één pion achterstaat. Die op twee vleugels aanvalt en op drie andere vleugels brand sticht. En ook de krijger die al lange tijd ongeslagen is en aan een ratingstijging bezig is met een kwadratische stijgingscoëfficient.

Al vroeg in de opening had hij ervoor gekozen om met veel pionnen in de opmars te gaan en spoedig stonden er 4 pionnen op de 4e rij. Hij besloot er nog maar een naar b 2 kwadraat te zetten en dat moet een of andere dubbelvloek in werking gezet hebben. Het breken van de heilige twee-eenheid leidde tot een licht waarneembare koude wind door de zaal. Een vloek uit vervlogen tijden leek op ons neer te dalen.

Deze vloek was zo sterk dat spoedig nieuwe Marvel-films hierover in de bios zullen draaien, want ook ons 1e team werd erdoor geraakt (ik neem aan dat Hugo hier meer over zal schrijven) en naar verluidt heeft Snookertown nog nooit zo’n slechte baromzet gedraaid en vielen in diverse huizen in de straat frêle freules flauw van een dubbele flauwte.

Maar goed – terug naar de partij.

De onvervaarde strijder werd een pion aangeboden door de dubbelschaker en tegen zijn natuur besloot JP maar een keer een pion voor te gaan staan. Bad idea!! De dubbelschaker bleek een sluwe aanvaller in schaapskleren te zijn en zo stond de aanvaller onder druk van een andere – erg leuk spelende – aanvaller. Die deed nog een leuk kwaliteitsoffer om de stelling nog meer in de fik te gooien en hieraan kon onze veteranen-IM helaas niet meer ontsnappen.

De score was 2-1 en onze aandacht ging naar bord 1

Bord 1 – dubbelsterke verdediger in tweevoudig veranderde stijl

Onze prins van het 3 (of is het inmiddels 2) rijen-systeem, houder van stukken op de onderste rij en terugaanvaller-op-het-allerlaatste-maar-belangrijkste-moment – John, was als laatste nog aan de slag.

Ook hier was iets vreemds aan de hand. Twee dingen zelfs. John had niet al zijn stukken nog in de beginstelling EN hij had zowaar het centrum gebroken. Ik viel dus bijna twee keer van mijn spreekwoordelijke stoel.

Zijn stelling was dus erg mooi, open en ruimtelijk en het zag er voorspoedig uit. Langzaam pakte John meer ruimte op de damevleugel en toen ik even later terug kwam had zijn tegenstander (al dan niet vrijwillig) een kwaliteit opgegeven voor een flauw aanvalletje op Johns koningsvleugel.

Nou, dat varkentje zou John wel even wassen dacht ik. En toen dacht ik het nog een keer. En toen brak ik de magische grens van 2 door het nog een keer te denken en warempel – John gaf een volle toren weg in tijdnood ☹

De einduitslag was een dubbelslag – 2 – 2. Onze aspiraties om de groep te winnen zijn hiermee uit het zicht, maar we kijken uit naar meer schaakplezier en magische gebeurtenissen.

HSC B (1924) Dubbelschaak A (1828) 2-2
John van Rooij (1974) John van Dijk (1956)  0-1 
Jean-Paul Fransen (2037) Michel van den Elzen (1897)  0-1
Retze Faber (1930) Hans Bakx (1664)  1-0
Paul Sanders (1753) Haley van Haperen (1794)  1-0

 

Ronde 5 (3 februari): HSC B - Litho Knights A - The key is in the details (door Retze Faber)

Afgelopen dinsdag 3 Februari stond er weer een avondcompetitie op het programma in het steeds gezelliger wordende clubhonk ons geliefde Helliemond.

Op bezoek kwamen de techneuten van ASML, die onder de naam “Litho Knights” tegenstanders proberen de schrik aan te jagen. Nou ja – op papier dan.

In werkelijkheid zijn ze natuurlijk gewoon erg vriendelijk en toen ik zelf aankwam, heb ik een hele tijd staan kletsen met hun captain en toen bleek dat er wellicht nog een andere reden voor de naam Litho Knights is – er zijn diverse ridders op het ijzeren paard in het team.

Ralf zelf rijdt motor en ook hun bord 3-speler (mijn tegenstander) is een motorliefhebber. Nu was dat ook meteen de reden dat mijn tegenstander er niet bij was – hij had zijn sleutel in het motorblok laten vallen... Tja, dan kun je nog zoveel weten van microtechnologie, UV-techniek, chips en machines van tientallen miljoenen, maar een sleutel uit een motorblok halen, ho maar 😉

Ook al heb ik de klok aangezet, in de hoop dat mijn tegenstander nog kon komen, begonnen we dus met een voorsprong!

1-0 

Bord 2 – destroyer of worlds and creator of chaos

JP was de volgende die klaar was. Hij is recent gestart aan een meteore opmars over de 2000 heen en lijkt gemotiveerd te zijn om zijn geuzetitel “veteranen IM” bewaardheid te laten worden.

Zoals gebruikelijk moest er natuurlijk iets geofferd worden in de opening. Waarom kom je anders uberhaupt spelen als je het bord niet in vuur en vlam zet?

Zijn tegenstander pikte die pion natuurlijk graag op, maar vervolgens verscheen de ene na de andere tempozet op het bord tot uitendelijk de volgende stelling op het bord kwam met zwart aan zet. JP had net Dd2 gespeeld en daarbij een klein detail over het hoofd gezien – de Fransspelers onder ons zullen het ongetwijfeld meteen opmerken.

 

Gelukkig miste zijn tegenstander het detail ook en besloot de opkomende koningsaanval alvast te gaan ontlopen met het wonderbaarlijke Kh8???

Een leuk idee om alvast de veiligheid op te zoeken, maar zoals al gezegd – de sleutel zit toch in de details. Hij stond doodleuk op om bij de bar boven nog wat drinken te gaan halen en ik zag JP nog denken of hij hem tegen moest houden met de melding dat ie mat in twee ging.

Maar na een korte overpeinzing heeft hij die mededeling maar gedaan bij terugkomst...

We stonden dus op een mooie 2-0 voorsprong!

Bord 4 – dobbel fijankietto

Onze teamleider was er op bord 4 maar eens rustig voor gaan zitten en nam alle tijd om een stelling te gaan creëren. Hij begon er eerst maar eens mee om beide lopers op b2 en g2 te zetten (zoals Hikaru altijd zegt: “fijankietto de bieeeess”) en pas toen alle stukken waren opgesteld ging hij eens kijken hoe de stelling open kon.

Zijn tegenstander had intussen dankbaar het centrum ingepikt en was klaar voor wat er ging komen. De c4-break, die Paul had bedacht, ging eigenlijk net niet zoals gepland. Tja, de duivel zit in de details hè.

Niet snel uit het veld geslagen besloot onze teamchef toen maar eens wat stukken van het bord te ruilen en op de koningsvleugel te fieperen met twee torens op de h-lijn. Toen dat echter ook niet doorkwam, vlamde hij er nog harder in door op 3 of 4 velden tegelijk te gaan focussen.

Tja, dat veroorzaakte echter een kleine Oopsie. Kenmerkend vergezeld door een in zichzelf pratende Paul, die lijdzaam moest toezien hoe een toren verloren ging.

Er was geen redden meer aan, en aldus ware de Knights begonnen aan een opmars – 2-1.

Bord 1 – Fischer random reinvented

Als laatste was onze rots in de branding, koning van het “alles op de onderste rijen”-systeem, de man die taaier is dan de geur in het clublokaal op dinsdagavond en ook de man, die een stelling blijft kneden en smeden tot er een weg gevonden is.

Ook deze keer ging het weer zoals vertrouwd. Zijn tegenstander vlamde er met de Austrian attack in en John ging gewoontegetrouw teruguit onder het mom van “oh ja, kom maar op dan, maat!”.

Na 8 zetten ontstond dan ook ongeveer de volgende stelling, waar onze topbordspeler de zwarte stukken als het ware opnieuw had opgesteld.

Je zou nu verwachten dat wit er vervolgens he-le-maal overheen klapte, maar iedereen die John kent weet dat dit weer niet gebeurde. Beetje bij beetje werden de zwarte stukken heen en weer verplaatst. Een pionnetje ging hier naar voren. Een ander daar en hupsakee – de stelling was omgewenteld en het was juist wit die een tegenaanval over zich heen kreeg!

Volledig gechoqueerd door dit gebeuren – ook dit hebben we al vaak gezien – ging die natuurlijk meer en meer kleine foutjes maken. De tijdnood, waarin ze inmiddels allebei beland waren, hielp ook niet mee.

Nadat John twee pionnen voor stond besloot Ralf daar nog eens een toren bij te laten vorken en toen was de strijd gestreden.

We joegen de ridders terug het harnas in!

3-1 – de hoop op een goede eindklassering blijft in leven! 

HSC B (1924) Litho Knights A (1850) 3-1
John van Rooij (1974) Ralf Weijers (1950)  1-0 
Jean-Paul Fransen (2037) Marcos Ivan Quintana Hernandez (1918)  1-0
Retze Faber (1930) N.O.  1-0R
Paul Sanders (1753) Paul van den Berg (1683) 0-1

 

Ronde 4 (8 december): De Drie Torens B - HSC B

De Drie Torens B (1802) HSC B (1898) 2-2
Gerrit de Visser (1910) Jean-Paul Fransen (1959) 0-1 
Dennis de Vroe (1835) Pim Blijlevens (1967) 1-0 
Jacopo di Paola (1679) Pascal Boudewijns (1901) 0-1 
Elias Thijsse (1784) Paul Sanders (1765) 1-0

 

Ronde 3 (11 november): HSC B - Veldhoven A door (Retze Faber)

De’n 11de van de’n 11e – het moet niet gekker worden

Lieve mensen, het was weer zover. Een volgepropte zaal in ons eigen Snookertown zat vol met onze twee avondteams en nog een 14-tal saldosprokkelaars.

Ik was deze keer in de functie toeschouwer, aanjuicher, gullelachbrenger en Belgisch-accent-meebrenger-door-schaaktrip-naar-Leuven. Desalniettemin wil ik u graag uit de doeken doen wat zich in mijn geliefde HSC B-team heeft afgespeeld. Want het bloed kruipt tenslotte waar het niet gaan kan.

Ik kwam binnen rond half 10 en de eerste klappen leken al uitgedeeld.

Op bord 2 was JP wederom in een stelling beland waar de pionnen niet verschoven waren, maar de stukken als een mikado-set over het bord heen waren gevallen. Gelukkig had zijn worp het een stuk beter gedaan dan die van de tegenstander. JP had een loper op g5 geofferd en was met paard en dame vanaf g5/h5 ten strijde aan het trekken. Daar stond nog eens een loper op c4 geparkeerd, een toren op d5 en een paard op c3.

Juist dat laatste paard werd dus nog maar eens op e4 ingezet met als doel het zwarte paard van f6 weg te lokken om mat te geven. Zijn tegenstander kon niet beter dan maar materiaal terug te geven en niet veel later kwam daar nog eens een toren bij en was het gedaan met het feestje.

1-0 voor ons.

Op bord 4 was onze teamleider, wedstrijdleider en mensenronselaar annex captain fianchetto Paul Sanders weer terug na enige tijd uit de running geweest te zijn. Vrijwel hersteld, maar nog niet helemaal, was hij voortvarend uit de startblokken geknald en had hij brave Hans Brave doen blozen.

De stelling leek gewonnen, maar ach ach – de conditie van Paul was nog niet op pijl en zijn concentratie verslapte. Hij wist zichzelf zelfs even in schaak te zetten en alle fut viel eruit.

Brave Hans Brave bood echter sympathiek remise aan en dus was het 1½-½ voor ons.

Op bord 1 was de strijd door John weer eens op de achterlinie begonnen. Maar deze keer leek hij zich niet uit die loopgraaf te kunnen bevrijden.

Ook al waren de dames van het bord (er waren sowieso geen dames in de zaal – ach ach wat een mannenbal!) toch wist zijn tegenstander genoeg initiatief te ontplooien en meer en meer ruimte te pakken.

Een pionnenstorm op de koningsvleugel en een ram door het centrum maakten een eind aan alle kansen van John.

Het stond gelijk – 1½-1½.

Dan gaan we als laatste naar bord 3. De plek waar de tragiek van het schaken wederom in volle glorie te aanschouwen was. Ik denk zelfs dat we het hiervoor doen. De hoop. De wanhoop. De vreugde en het verdriet en de verlossing.

Alles kwam in deze partij samen.

Pascals tegenstander had het initiatief en stond goed toen ik binnenkwam. Pascal besloot dat een pion een leuk cadeau zou kunnen zijn als dank voor het biertje dat op zijn tafel gezet werd door de tegenstander.

Vrolijk nam zijn tegenstander dit aan en de hoop en de glans van het schaakleven bevreugden hem. Pascal vond dat een goed moment om remise aan te bieden – zonder blikken of blozen.

Zijn tegenstander schoot nog net niet vol in de lach en sloeg het niet alleen af – nee, hij besloot zelfs NOG een pion te winnen. De vreugde aan de ene kant – de wanhoop, maar ook vastberadenheid en vechtlust aan de andere. Hier kwam alles samen.

Bij mijn volgende ronde bleek de tragiek compleet. Pascal had de rollen voortvarend omgedraaid en nu was HIJ degene die twee pionnen voor stond! Een gewonnen eindspel van toren + 2 pionnen tegen toren en dit moest toch gaan lukken in tijdnood?

Dus vlugger, vlugger, vlugger met nog een minuut op de klok en hap chop hippo hai doombaching en daar was hij – de remise?????

Ja mensen, de ontlading van deze ontknoping was groots. Beide vechters waren door alle emoties heen gegaan, die ons mooie spel biedt.

En ik denk – de uitslag was terecht.

HSC B speelt 2-2 tegen Veldhoven A 

HSC B (1904) Veldhoven A (1903) 2-2 
John van Rooij (1995) Rob van de Voort (1964) 0-1 
Jean-Paul Fransen (1950) Ronny van den Boomen (1863)  1-0
Pascal Boudewijns (1910) Theo van de Meerakker (1947)  ½-½ 
Paul Sanders (1761) Hans Brave (1836) ½-½

 

Ronde 2 (20 oktober): De Kentering A - HSC B (door Retze Faber)

🏆 Verslag uit Helmond: “De Beer, de Benko en de Bird die niet vloog”

(Of: hoe HSC B op een maandagavond de Rosmalense burcht bestormde)

Op maandag 20 oktober togen wij, dappere strijders van HSC B, richting Rosmalen. Onze bestemming: Café De Beer – een etablissement dat niet alleen dienstdoet als tapperij, maar ook als het episch strijdtoneel waar CM Wuijts, beter bekend als de terreurzaaier uit Helmond, ooit menig snelschaaktoernooi in lichterlaaie zette. Omdat onze vaste kapitein – opperaanvoerder, strategisch genie en erkend f4-veldbezitter – het strijdperk die avond moest laten voor wat het was, viel de eervolle taak van ad-interim teamleider mij ten deel. De man had echter wel goed voorwerk verricht: hij had een versterking van formaat geregeld in de persoon van Pim, alias de Übergraaier, de Eindspelschwindelaar van het Zuiden en de man die nooit remise speelt, tenzij het per ongeluk is. Logischerwijs werd hij neergezet op bord 1, zodat de rest van ons rustig fouten kon maken zonder dat iemand het doorhad. Aan de overige frontlinies verschenen de vaste strijdmakkers Jean-Paul, Pascal, en ikzelf – samen goed voor minstens drie sterke openingsideeën en een onheilspellend aantal eindspeltrauma’s. Ons doel: wraak nemen voor de smadelijke nederlaag van de vorige “avondcompetitieavond” (waarbij we, zoals de naam al subtiel suggereert, ‘s avonds in de avond speelden).

🪓 Bord 2 – Jean-Paul, de Barbaar van de Benko

Jean-Paul kreeg zwart en toverde onmiddellijk een Benko op het bord – een opening die hij speelt alsof hij er patent op heeft. Binnen tien zetten vlogen de stukken over het bord alsof iemand een doos LEGO omkieperde. Even leek het alsof er overal penningen, offers en combinaties uit de lucht kwamen vallen. Maar toen ik knipperde, was alles ineens verdwenen. Eindspel. Eén pionnetje meer voor JP, maar nog een lange weg te gaan. Gelukkig besloot zijn tegenstander spontaan iets terug te doen voor de goede sfeer: hij schonk Jean-Paul een volledig stuk. Zonder strik erom, maar met de hartelijke groet van de Kentering. Punt binnen. 0–1 voor de Helmondse Barbaren.

⚔️ Bord 4 – Pascal en de Scandinavische Schrik

Pascal had er zin in en haalde zijn favoriete wapen uit de kast: de Scandinavische verdediging. Hij offerde doodleuk een pion op d5 (“die halen we later wel op” mompelde hij alsof het om een vergeten jas ging) en zette zijn tegenstander meteen onder druk met een venijnig dameschaak op h4. Rokeren? Vergeet het maar. De arme witspeler veranderde zijn koningsstelling in een soort bunker van wanhopig verdedigende stukken – een “Fort Rosmalen”. Maar tegen Pascals penningenregen was geen paraplu bestand. Binnen de kortste keren brak de stelling open en kon de koning z’n kroon inleveren. 0–2, de stand begon er vrolijk uit te zien.

🦜 Bord 1 – De Bird die niet vloog

Onze Übergraaier Pim besloot zijn tegenstander eens op andere gedachten te brengen en begon met de Bird-opening. Een gewaagde keuze, want dat speelt hij ongeveer even vaak als hij remise aanbiedt. In het begin leek het een waar spektakel: de pionnen stormden over de koningsvleugel alsof de Helmondse luchtaanval was ingezet. Maar toen kwam daar Bent – een speler die niet alleen schaken kan, maar ook praat. Véél praat. Nog voordat de partij goed en wel begonnen was, wist hij ons vriendelijk te vertellen dat we speciaal waren gekomen om te verliezen (Gezellige vent trouwens, we zouden hem zo bij de carnavalsvereniging aannemen). Bent gooide zijn stukken naar voren in rakettempo, en voor we het wisten veranderde onze Bird in een plukje veren. Zelfs Pim moest toegeven dat hij deze keer gegraaid wérd in plaats van graaide. 1–2, de spanning was terug.

🧠 Bord 3 – De Gambietgrap van de avond

En toen was ikzelf nog bezig. Mijn tegenstander, een taaie Rosmalense kemphaan, weigerde koppig mijn gambietpion aan te nemen. Na vijf keer subtiel aanbieden (“toe nou, hij is echt lekker”) gaf ik het op en schoof de boel maar dicht in iets dat leek op een Frans met een identiteitscrisis. Toch voelde ik dat er iets in de stelling zat – een sluimerend gevaar, een tikje schwindelpotentie. En toen dacht ik aan Pim. Niet aan zijn nederlaag, maar aan die ene partij waarin hij zijn loper op h6 gooide alsof het de meest logische zet van de wereld was. Hij kon zich die partij later overigens niet herinneren, maar dat mocht de inspiratie niet drukken. Dus ik deed het ook. Loper h6! Een zet met meer panache dan gezond verstand. Mijn tegenstander keek alsof ik net zijn fiets had gestolen, rekende tien minuten, en gaf toen doodleuk een kwaliteit weg. Dat vond ik sportief van hem. Vanaf daar was het nog maar een kwestie van secuur spelen, zweten in tijdnood, en uiteindelijk het punt binnenhengelen. Eindstand: 1–3 voor HSC B!

🍻 Epiloog: De Laatste Bier(en) bij De Beer

Na afloop nog wat nabeschouwingen met onze sportieve tegenstanders – en ja, de sfeer was uitstekend. We verlieten Rosmalen met een brede grijns, een paar knetterende anekdotes en de tevreden wetenschap dat het volgende avondje weer van ons mag zijn.

Helmondse terreur, mission accomplished.

De Kentering A (1926) HSC B (1929) 1-3 
Bent Schleipfenbauer (2055) Pim Blijlevens (2007) 1-0 
Nico van Brakel (1951) Jean-Paul Fransen (1901) 0-1 
Leon ter Beek (1898) Retze Faber (1898) 0-1 
Olaf Soons (1801) Pascal Boudewijns (1908) 0-1 

 

Ronde 1 (23 september): HSC B - HMC A (door Retze Faber)

De aankomst der Goedgeluimden

Op dinsdag 24 september openden we het nieuwe seizoen van de avondcompetitie. Ik zal jullie als verslaggever annex vervangend teamleider annex vervangend wedstrijdleider annex vervangend vierdebordspeler eens even uit de doeken doen hoe dit is afgelopen. Ook al is – huil huil – de uitslag op de schaakapp al rondgegaan.

We mochten aantreden tegen HMC A, het team waar we vorig jaar met 1-3 van hadden verloren.

Gelukkig had Paul op zijn ziekbed het een en ander aan versterking weten op te trommelen, teneinde een herhaling van dit fiasco te voorkomen. Omdat Paul door een virus was geveld en Jean-Paul birra aan het drinken was (nou ja, en ook een beetje aan het werken was) in Bologna, was ratingpuntenverzamelaar en toernooiprijsgraaier pur sang Pim op bord 2 gezet en oud-HSC A-teamlid en daar medeverantwoordelijke voor de promotie naar de hoofdklasse Pascal op bord 3. Met John op bord 1 en ikzelf op bord 4 waren we enorm klaar voor de strijd.

Ik was dus ook erg in mijn nopjes toen ik de borden aan het klaarzetten was en HMC A ons lokaal binnen kwam. En ze waren enorm vrolijk, opgewekt, happy, uitbundig wellicht en al-met-al "goedgeluimd"! Natuurlijk was ik daar erg blij mee, want schaken is tenslotte een heerlijk tijdverdrijf, maar in mijn achterhoofd vroeg ik me af of dit een voorbode ging zijn voor de rest van de avond.

Was dat ook zo? Als je niet in de schaakapp zit (hartelijk dank nogmaals secretaris ;-) ) dan ga je er nu achter komen.

Bord 1 – Stelling Busto

John speelde met zwart tegen Caspar en ik leidde uit de stelling af dat er een Trompowsky was gespeeld waarbij wit op f6 had geslagen en John de loper op g7 had gefianchetteerd. Omdat John er niet in geslaagd was d5 te spelen bleef hij met een dubbele f-pion en een pion op d6 zitten, waarna hij probeerde toch een soort van Benoni opstelling te krijgen. In het begin zag dit er niet zo geweldig uit helaas, maar op een gegeven moment begon ik toch te hopen dat dit weer ging uitmonden in een loopgravenstrijd, waar John uiteindelijk uit het zand omhoog zou klimmen.

Mijn hoop was helaas niet terecht – wit speelde het cool uit.

Bord 2 – Stelling goed beter minder slecht

Ook Pim kreeg een Trompowsky op het bord, maar hij was daar zelf deze keer als witspeler schuld aan. Hij wist snel een heel ruim centrum op te bouwen en de stelling zag er zeer veelbelovend uit. Later hoorde ik dat hij daarna zelfs nog een stuk wist te winnen en dus straal gewonnen stond met enige compensatie voor zijn tegenstander. Die "enige compensatie" werd door de Goedgeluimde HMC'er helaas erg rooskleurig ingeschat en diens zelfvertrouwen hielp hem Pim alsnog te verschalken.

Een 1 binnen handbereik werd dus helaas een dikke 0.

Bord 3 – Two bishops what else?

Pascal speelde met zwart volgens mijn inschatting een Scandinavische opening. Daarbij kreeg wit raar genoeg snel een pion op d4 en d5 en moest hij op e6 een pion offeren om zich te bevrijden. Die bevrijding (zeer on theme voor de herdenkingsperiode, waar we nu net in zitten) leek langzaamaan toch redelijk uit te pakken. Toen Pascal eenmaal ontwikkeld was, leek het alsof zijn loperpaar het hele bord ging opsnijden. In de woorden van Ben Finegold “the two bishops – what else?”.

Ik dacht ook te zien dat Pascal op enig moment ook een leuke combinatie had om twee pionnen terug te winnen met een grappig damevorkje, maar toen ik een kwartier later weer ging kijken bleek dat niet uitgevoerd te zijn. Ik ga er gemakshalve maar vanuit dat mijn oordeel deze avond niet het scherpste was – later daarover meer!

Uiteindelijk bleef Pascals tegenstander taai aan die extra pion hangen en toen alle kruitdampen laat in de avond waren opgetrokken, buitte hij die extra pion in een eindspel uit. Weer een nul erbij helaas.....

Bord 4 – Op je handen zitten zei ik nog!!!

Ikzelf mocht op het bord spelen, waar onze teamleider normaliter van start gaat. Met wit kreeg ik een Pirc tegen en al snel het bekende ruimtevoordeel dat daarbij hoort. Omdat mijn tegenstander Pc6 speelde in plaats van het meer normale c6, belandden we toch in een ander soort stelling dan we allebei gewend waren en dit leidde tot het nodige tijdverbruik aan beide kanten.

Ik ging intussen voortvarend verder met het verbeteren van mijn stelling en het innemen van ruimte tot ik niet 1-2-3 meer zag hoe ik nog verder kon verbeteren. Op zoek naar een break dus! In plaats van die even rustig voor te bereiden – of zelfs gewoon op de stelling te blijven zitten – speelde ik die zonder pardoes en bleek de gespeelde pion helemaal niet meer terug te kunnen krijgen! Vervolgens bleek de geopende lijn nutteloos voor mij te zijn en me juist een extra zwakte op te hebben geleverd. Drama op drama dus.

We waren intussen bij de uitvluggerfase beland, maar ook daar wist ik mijn tegenstander niet meer op het verkeerde been te zetten. Ook voor mij een dikke nul.

Einduitslag tweemaal korte rokade. De Goedgeluimden gingen in een nog beter humeur terug naar huis. Het is ze uiteraard gegund en volgend jaar zullen we ze belonen met een koekje van eigen deeg. 

HSC B (1946) HMC A (1962) 0-4 
John van Rooij (2003) Caspar Hermeling (1979)  0-1 
Pim Blijlevens (2014) Ed Faber (2018)  0-1 
Pascal Boudewijns (1908) Niek Philipsen (1930)  0-1 
Retze Faber (1857) Piet van Eijndhoven (1922)  0-1 

 

 

Ons clublokaal