Helmondse Schaakclub

Verslagen van HSC 1

 

Ronde 8 (7 maart): ASV 3 - HSC 1

ASV 3 (2010) HSC 1 (2023) 3-5
Theo Jurrius (2029) Ruben Venis (2112) ½-½
Ruben Hogenhout (2040) Gerard van de Kerkhof (2092) ½-½ 
Richard van der Wel (1991) Hugo Faber (2019) 0-1 
Bent Schleipfenbauer (2111) Bart Dekker (2071) 0-1 
Remco Gerlich (1971) Pim Blijlevens (1949) 1-0 
Wouter Abrahamsen (2014) Maarten Smit (2006) 0-1 
Hans van Doorn (1939) Johan Wuijts (1976) ½-½ 
Marc Sterk (1984) John van Rooij (1960) ½-½

 

Ronde 7 (7 februari): HSC 1 - Maastricht 1 (door Hugo Faber)

Vroeger wilden we onszelf nog een “sterrenteam” noemen, maar wij schijnen nu meer een “nerds”-team te zijn. Nu valt het nerdsgehalte reuze mee hoor: de HSC 1-spelers zijn goed benaderbaar.

Die ‘benaderbare’ spelers moesten het vandaag opnemen tegen het 1e van Maastricht. Een noviteit was trouwens dat we met een invaller een op papier sterker team hadden dan het basisteam. Alleen zegt dat met het huidige aantal behaalde overwinningen – zegge en schrijve 0 – nu ook niet veel.

Ruben was (zoals wel vaker) als eerste klaar. Zijn tegenstander had geprobeerd om in het voordeel te komen, maar de stelling van Ruben kon dat opvangen en dus werd er tot remise besloten.

Ik begreep dat Johan op een dramatische wijze een stuk verloor in de opening (een Scandinaviër met de “Tiviakov-variant” Dd6 (ipv Da5). Rob zag dit elk geval gebeuren. Na afloop was Johan dan ook snel weg.

John offerde een stuk (bij mijn weten raakte hij het niet kwijt) om daar een sterke pion op g6 voor te krijgen. Met zijn dame zou hij dan op h7 schaak geven en dan vervolgens op h8 mat gaan geven. Als zijn tegenstander nu op zijn achterhoofd was gevallen, dan was dat wellicht gelukt. Deze maakte echter wat plaats rond de koning, zodat er na een beoogd schaak op h8 er een stuk op g8 geplaatst zou kunnen worden. Geen compensatie meer voor het stuk.

Na het falen in de vorige wedstrijd tegen De Drie Torens, waarin ik een zeker lijkende overwinning liet verzanden in remise, had ik mezelf nu sluw op bord 1 gezet. Ik had niet de bedoeling om er een ‘rustdag’ van te maken, maar toch werd het niet het harde gevecht dat ik me had voorgesteld. In de opening dacht ik dat ik mijn paard op e4 voortijdig had laten insluiten. Ik vreesde h2-h4 en dan f2-f3 en besloot toen meteen Pg5 te doen (dat had niet gehoeven). Na wits h2-h4 moest mijn paard naar h7 en daar heb je niet veel aan zo’n beest. Lange rokade (de koningsvleugel was te veel verzwakt) bood geen soelaas.

Na amper 3 uur spelen stonden we dus al ½-3½ achter! Zouden we hier nog iets uit gaan slepen? We kwamen best wel een eind.

Allereerst leverde Bart eindelijk weer eens een goede partij af en dat vond hij zelf ook. Ik laat hem zelf even aan het woord: “Tegenstander kwam met een snel c4 met zwart in een Carlsbadstelling. Ik liet even daarna vrijwillig mijn loper insluiten, maar hij nam het offer (terecht) niet aan. Te veel compensatie. Maar omdat hij het offer niet aannam kwamen mijn stukken ideaal te staan. Daarna drukte ik hem weg. Hij blunderde, maar dat de einduitslag stond min of meer al vast zowel op stelling als op tijd”.

Jean-Paul was de invaller en die kwam goed uit de opening en de aanval tegen de witte koning zag er ook goed uit. Toen werd het allemaal wat moeilijker, maar op de een of andere manier kwam hij daar toch goed uit, want ik zag er uiteindelijk een T tegen L eindspel uitkomen en dat is 9 van de 10 keer kansloos voor de loperbezitter. Dat bleek ook hier.

Pim heeft volgens mij geen serieuze kans gehad. Ergens in de opening moet het fout zijn gegaan, want zijn zwarte loper van c8 kwam er gewoon niet uit. Aanvankelijk had wit er nog een dubbelpion voor, maar de dubbelpion kwam een rijtje naar links te staan en het was dus geen dubbelpion meer maar een echte pluspion. Zonder compensatie hiervoor moest Pim uiteindelijk opgeven.

Gerard stond een tijdje iets minder, maar toen ging zwart in de fout met 1… Dd8-b6

Stelling met wit aan zet

In de bovenstaande stelling speelde Gerard 2.b2-b4! Waarna zwart flink slechter staat. Gerard moest even later een gewonnen pion teruggegeven, maar door foutjes van zwart resulteerde dit in een verloren toreneindspel voor hem.

Waar dit gaat eindigen weet ik niet, maar ik raad mijn teamgenoten aan om te controleren of hun F5-toets van hun computertoetsenbord het nog doet. Wellicht hebben we F5 die hard nodig na de laatste ronde om te checken of we bij de “beste” nummers 9 eindigen.

HSC 1 (2029) Maastricht 1 (2079) 3½-4½
Hugo Faber (2025) Michal Bodicky (2217) 0-1 
Bart Dekker (2053) Pranav Kshirsagar (2206) 1-0 
Ruben Venis (2109) Jelmer Veltman (2196) ½-½ 
Gerard van de Kerkhof (2080) Hans Hoornstra (2073) 1-0 
Pim Blijlevens (1968) Jasper Zilverberg (2013) 0-1 
Johan Wuijts (1983) Paula-Alexandra Gitu (2039) 0-1 
Jean-Paul Fransen (2037) Frans Helmond (1947) 1-0 
John van Rooij (1974) Ilya Stetsenko (1939) 0-1 

 

Ronde 5 (13 december): De Drie Torens 1 - HSC 1 (door Hugo Faber)

Afgelopen zaterdag speelden we tegen De Drie Torens. Een paar dagen ervoor hadden we nog flink uitgehaald in de avondcompetitie tegen ze. Dit keer duurde het even voor de onzen op gang waren gekomen.

Een tegenvaller was de wat onnodige nederlaag van Ruben. Nu was het zo dat hij na de opening vrij weinig had bereikt. Met een tussenschaakje kon hij de rokade van zwart verhinderen en de zwarte koning naar f8 dwingen. Het voordeeltje dat hij van daaruit verkreeg dreigde hij trouwens ook wel te verliezen, maar plotseling was de partij afgelopen. Ruben had een kwaliteit geofferd om daar twee stukken voor te krijgen. Dat gebeurde wel, maar daaropvolgend zette zwart de koning een stapje naar voren en viel daarmee de netjes naast elkaar uitgestalde paard en loper van Ruben aan. Daarna kon Ruben opgeven.

Hierna kregen we snel een meevaller, want Gerard won. Zoals bekend zit Gerard niet vast in vastgeroeste denkpatronen zoals ik en de overige teamleden. Een pion is een pion en als je er nog een krijgt aangeboden, dan zijn dat 2 pionnen, terwijl een bekende regel is om een eerste gambietpion aan te nemen, maar de tweede te weigeren. Die extra 2 pionnen leidden dan ook tot een aanval op de dame van Gerard, die over het bord gejaagd werd en uiteindelijk rijp was voor consumptie. Zie ook de volgende stelling: 

Hier had wit natuurlijk "simpel" op h6 moeten nemen, maar hij deed 1.Dxd4 en werd toen onaangenaam verrast door de riposte 1…Ph4! Daarna werd het dus materiaalwinst voor Gerard in plaats van materiaalverlies. Uiteraard werd dit uitgebuit, want zo is Gerard dan ook wel weer. Dus de zeker lijkende 0 werd een 1!

Hierna liepen we uit met punten van Johan en Maarten…

Maarten kreeg "eindelijk" (na een jaartje of 20-30) erkenning voor zijn speelsterkte en hij mocht dan ook aan bord 1 plaatsnemen. Een aanval van hem op de damevleugel leverde hem een verre pion op b7 op, die de toren op a8 aanviel. Die ging vervolgens naar b8, maar toen daarop de zwakke pion op d6 met de witte loper werd geslagen, werd het kwaliteitswinst voor Maarten en daarna was het snel afgelopen.

Johan kreeg een gelijke stelling. Na een onschuldige, sjablone uitziende torenverdubbeling, antwoordde wit niet goed en kon Johan met een klassiek gevalletje van "overbelasting op d4" een paard pakken. Na terugpakken op d4 met de dame volgde een schaak met een toren op de onderste rij. Wits toren, die de witte dame dekte, kon die toren niet pakken. Verdere afwikkeling leidt dan tot stukverlies, dus weer een punt erbij.

Pim had (natuurlijk) weer een complexe partij en hij kwam eruit met een kwaliteit minder (T+T tegen T+P). Zijn tegenstander moest toen toch een plan gaan verzinnen, zag geen plan en gaf remise. "Wat doe ik als wit niets doet", dacht ik zelf naderhand bij het zien van die stelling, dus ik kon me daar ook wel iets bij voorstellen. Niettemin was dit natuurlijk ook een prettige uitslag.

John kreeg op de koningsvleugel een zware aanval over zich heen, die op de damevleugel bij lange na niet gecompenseerd werd. Een typische Van Rooij-verdediging (alle stukken op de onderste rij zetten) werd van stal gehaald, maar wit kon dame tegen 2 torens winnen. Vaak is het torenpaar nog wel eens voordeliger, maar in dit geval niet, dus John moest uiteindelijk opgeven.

Bart kreeg te maken met een snel c5 van wit. Met de zwarte pionnen op c6 en a5 werd veld b6 een wat vervelende zwakte. Daarna moest Bart alle zeilen bijzetten, maar hij heeft nooit echt onder de witte druk uit kunnen komen en zo kwam De Drie Torens dan toch langszij.

Het was aan mij – voor de 2e keer in deze week – tegen Kocken om de vis op het droge te halen. Ik moet echter ook erkennen dat zo’n laatste – beslissende – partij in mentaal opzicht toch wat "anders" is. Misschien een beetje als een strafschop in het voetbal: als die erin zit, dan win je de wedstrijd en anders blijft het 0-0. Toch voelde ik geen extra spanning en ook mijn beschikbare tijd was voldoende. Mijn T+P tegen T+L met 2 opgerukte witte pionnen was niet zo moeilijk gewonnen. Ik dacht de winst echter te kunnen "forceren" met een schaak. Dat forceerde wel iets, maar niet wat ik wilde. In voetbaltermen bleef het dus 0-0.

Op naar de feestdagen en nog maar even niet naar de ranglijst kijken.

De Drie Torens 1 (1996) HSC 1 (2021) 4-4
Jaap Weel (2000) Maarten Smit (2000) 0-1 
Bert-Jan Panjoel (2047) Gerard van de Kerkhof (2068) 0-1 
Rick Zegveld (2020) Ruben Venis (2124) 1-0 
Joost van den Bighelaar (2010) Bart Dekker (2067) 1-0 
Wilbert Kocken (2042) Hugo Faber (2010) ½-½ 
Arnoud Jansen (1969) John van Rooij (1987) 1-0 
Ad Feelders (1975) Pim Blijlevens (1967) ½-½ 
Alex Olree (1908) Johan Wuijts (1947) 0-1

 

Ronde 4 (22 november): HSC 1 - Dubbelschaak '97 1 (door Hugo Faber)

Op 22 november speelden we voor het eerst met onze basisacht (Gerard was 2 dagen eerder in Nederland teruggekomen vanuit zijn tijdelijke verblijf in Brazilië) tegen Dubbelschaak 1. Het gevoel dat ik bij deze wedstrijd had zat een beetje tussen dat van eerdere wedstrijden in. Eerder in het seizoen dacht ik halverwege een wedstrijd dat we die gingen winnen (en dat gebeurde dan niet) en de vorige wedstrijd tegen Arnhemse Schaakacademie: dit gaan we kansloos verliezen (en daar slaagden we wel in). HSC heeft in elk geval geen moment aanspraak kunnen op de winst; daarvoor waren aan onze kant de fouten te veel in het oog springend.

Pim was voor de verandering eens als eerste klaar. Toen ik voor de eerste keer naar zijn stelling was hij al in een kansloos eindspel beland met 1 pion minder. Die bleek hij na de eerste 10 zetten verspeeld te hebben, dus uiteindelijk wat dat een 0 op het wedstrijdformulier.

Zelf was ik ook redelijk snel klaar. Mijn tegenstander bood me remise aan in een gelijke stelling (hij bleek achteraf wat vermoeid te zijn, omdat hij vroeg was opgestaan). Ik had zwart en als onervaren bord 1-speler weiger je dan niet gauw.

Johan moest ook een pion inleveren, maar hij had nog een stelling waarin er wat te compliceren viel en dat deed hij dan ook. Op een gegeven moment kon Johan tweemaal de zetten herhalen en wist hij daarmee 3 keer dezelfde stelling te claimen. Remise dus toch nog.

Ruben speelde 12 zetten theorie, maar koos toen een verkeerd plan en hij kwam verloren te staan. Hij kon nog terugkomen en had (waarschijnlijk?) de beschikking over een winnende counter. Die liet hij echter lopen en toen kon wit alsnog de kroon op het werk zetten: na materiaalwinst forceerde hij dameruil waarna Ruben moest capituleren.

Voor Gerard was het de eerste partij van het nieuwe seizoen. Het ging in zijn partij lange tijd gelijk op totdat hij plotseling toch gewonnen bleek te hebben! Zijn tegenstander was door de vlag heen gegaan.

Na het wat gelukkige punt te hebben genoteerd, kon ik vrij snel weer een punt (maar niet voor ons) noteren nadat Gerard mij er attent op had gemaakt dat Maarten verloren had. Ik zag een ontgoochelde Maarten zitten met het hoofd in de handen. Er moest iets dramatisch zijn gebeurd. In een stelling waarin niets aan de hand was gaf Maarten pardoes een kwaliteit weg. In een eindspel weegt zoiets vaak zwaar (T tegen L bijvoorbeeld is vaak kansloos voor de loperpartij). Het was dan ook direct einde partij.

Bart trok zoals wel vaker vol ten aanval op de koningsvleugel, terwijl hij zelf lang gerokeerd had. Weliswaar had hij aan die kant een wat verbrokkelde pionnenstructuur, maar waren er geen zwarte stukken aan die kant, dus veel gevaar leek hij daar niet hebben te duchten. Als toeschouwer geloofde ik er wel in: torens op de g- en h-lijn die 2 niet zo sterk te verdedigen lijkende pionnen onder vuur namen. Ik weet niet of Bart nog een reële winstkans heeft gehad, maar hij kwam geschonden uit die aanval. Enige pionnen waren verloren gegaan/geofferd, maar nadat de meeste stukken weg waren, was het voor zwart heel overzichtelijk geworden. Een halfje was voldoende voor tegenstander Brent Burg (geen familie van GM Twan Burg) geweest om de wedstrijd definitief naar Dubbelschaak toe te trekken, maar hij kon – vanwege beschikking over eeuwig schaak – het D+T tegen D+L eindspel met minstens 3 pionnen meer risicoloos uitspelen. Een gedwongen dameruil besloot de partij.

John verloor de eerste slag in het middenspel, had ik de indruk, maar hij herpakte zich en hij wist zijn tegenstander vast te zetten in een dichtgeschoven eindspel. Daarbij had hij ook nog de o zo belangrijke c-lijn in handen. Na nog wat aarzelen, duwen en trekken wist John op de damevleugel een pion te winnen. De buurpion zou spoedig ook verorberd worden, dus gaf zwart het op.

De laatste alinea kan ik (met kleine wijziging) net zo goed overnemen uit het HSC 2 verslag van Pascal: En bleven we met lege handen achter, een 3-5 nederlaag. Rest ons de komende wedstrijden de rug te rechten en te zorgen dat we niet in degradatiegevaar komen.

Heren, ik reken op ons!!

HSC 1 (2028) Dubbelschaak '97 1 (2045) 3-5
Hugo Faber (1995) Guido Jansen (2143) ½-½ 
Bart Dekker (2076) Brent Burg (2152) 0-1 
Ruben Venis (2136) Martien van der Meijden (2079) 0-1 
Gerard van de Kerkhof (2056) Norbert Jansen (2032) 1-0 
Maarten Smit (2024) Matthijs Dijkstra (2067) 0-1 
Johan Wuijts (1965) Ramon Jessurun (1944) ½-½ 
Pim Blijlevens (1976) Michel van der Stee (1988) 0-1 
John van Rooij (1995) Wil van Lankveld (1955) 1-0 

 

Ronde 3 (1 november): Arnhemse Schaakacademie 1 - HSC 1 (door Hugo Faber)

We konden op 1 november een zware wedstrijd verwachten tegen degradant Arnhemse Schaakacademie en inderdaad het werd een zware middag. Niemand van ons kwam met een punt het pand uit, kortom het werd een flink pak slaag voor ons. Van tijd tot tijd overkomt ons dat en meestal is dat tegen de uiteindelijke kampioen van onze poule. 2 jaar geleden was het nog erger. Toen raasde Eindhoven met ½ – 7½ over ons heen en in het seizoen was Zuid-Limburg 2 ons met 6½ – 1½ de baas. Dat maakt wel pijnlijk duidelijk dat, waar we vroeger (opa vertelt) nog goed mee konden komen in de 2e klasse, we nu daar helemaal niets te zoeken hebben.

Ruben was als eerste klaar. Hij en zijn tegenstander bleven met hun stukken scharrelen op eigen terrein met als gevolg dat er na 2 uur spelen nog geen stuk of pion was geslagen. Het werd dus remise.

De eerste die er aan moest geloven was Sjaak Faber. Bij Arnhemse Schaakacademie speelt namelijk GM Ruud Janssen. Mijn inschatting was dat hij op bord 1 zou spelen, dus van tevoren had ik nog iedereen gevraagd wie er op bord 1 zou willen zitten om deze ondankbare taak (met wit spelen en weinig kans op een punt of zelfs een half) te vervullen. Ruben ging akkoord, maar wie kwam er tegenover mij zitten op bord 3?? Juist. Ik heb mijn tegenstander geen moment kunnen verontrusten en ik ging redelijk kansloos ten onder.

Op dat moment leek Maarten veelbelovend te staan en had ook Pim een stelling waarmee te werken viel.

Johan was met g7-g5 (hij had kort gerokeerd) driest ten aanval getrokken, John had een moeilijke stelling waarin hij niet kon rokeren en met de koning naar f8 moest. Bij invaller Retze was het nog even afwachten of hij de partij zonder kleerscheuren zou kunnen doorstaan. Ik ging even analyseren met Ruud Janssen en toen ik terugkwam was er een ware slachting aangericht. Johan had zijn riskante opzet met een nederlaag moet bekopen, Maarten wist zijn hele goede stelling nog te verliezen en dat lot viel ook John en Retze ten deel.

Bart was de enige die zich aan de malaise had weten te onttrekken. Volgens hem had hij nog zelfs kunnen winnen.

Als laatste bleef Pim over (dat gebeurt wel vaker…) met een 2 toreneindspel met 3 tegen 2 pionnen. Pim slaagde er nu wel in om zijn koning naar voren te krijgen, maar niet om zijn pion te laten promoveren. Volgens Pim was het echter wel gewonnen.

Voor het eindresultaat deed het er niet toe: het werden dus 5 nederlagen en 3 remises. Gelukkig zijn de volgende wedstrijd weer op volle oorlogssterkte (als iedereen tenminste kan).

Arnhemse Schaakacademie 1 (2130) HSC 1 (2008) 6½-1½
Sebas Beumer (2166)  Ruben Venis (2136) ½-½ 
Bob Beeke (2183)  Johan Wuijts (1965) 1-0 
Ruud Janssen (2446)  Hugo Faber (1995) 1-0 
Jeroen van Onzen (2111)  Bart Dekker (2076) ½-½ 
Tom van 't Hoff (2079)  Pim Blijlevens (1976) ½-½ 
Wout van Harten (2040)  John van Rooij (1995) 1-0 
Mathieu Roskam (2017)  Maarten Smit (2024) 1-0 
Thomas van Nispenrode (1999)  Retze Faber (1900) 1-0 

 

Ronde 2 (4 oktober): HSC 1 - De Combinatie 1 (door Hugo Faber)

Afgelopen zaterdag waren we voor de externe wedstrijd uitgeweken naar ons oude clublokaal in Partycentrum De Molen. Het deed redelijk vertrouwd aan.

Dit keer was Ruben weer als eerste klaar. Zijn partij oogde dit keer een stuk interessanter. Hij speelde tegen met zwart tegen een Grünfeld Lf4-variant en kon zijn jonge tegenstander onder druk houden. Naar verluidt (aldus Ruben zelf) had hij kunnen winnen na een mindere zet van wit. Hij zag het echter niet en zo werd het een remisestelling.

Ook Maarten was weer snel vandaag. Na de vorige comfortabele winst volgde nu weer een makkelijke partij. Maarten benutte de lange rokade van tegenstander en invaller Tibor direct door met b5 en a5 op aanval te spelen. Rokeren liet hij achterwege: dat vond hij onnodig en riskant (ook als Gerard afwezig is, waart zijn geest rond…). Wit moest een pion geven om de zwarte aanval niet te snel te laten doorslaan, maar het hielp hem niet. In deze stelling gaf wit op:

Ikzelf was de volgende gelukkige die een punt kon bijschrijven. In mijn partij veroverde ik een pion en later nog een. Dat ging wel een beetje ten koste van de ontwikkeling van mijn stukken op de koningsvleugel. Mijn loper op f8 kon niet goed weg en daardoor bleef mijn toren op h8 ook een tijdje werkeloos. Ik had wat eenvoudiger kunnen afwikkelen, maar ik koos voor een afwikkeling met drie stukken tegen een dame. Na de stukken beter gepositioneerd te hebben, begon ik met mijn d-pion te lopen en daar was niets meer tegen te doen.

Van de partijen van John en Pascal heb ik niet heel veel gezien. Voornaamste reden daarvoor, dat zij het dichtst tegen de muur zaten. Met 3 spelende teams op een hoop, was kijken soms wel eens wat lastig. Ik denk dat het evenwicht in de partij van John nergens verbroken is, dus ik kon me zijn remise wel voorstellen.

Pascal leek gelijk te staan, maar zijn pionnen oogden wat zwakker. Hij wist zich echter naar een gelijkspel te knokken, waarna zwart ook niet goed verder meer kon, aldus Pascal.

Pim kwam in een dame-eindspel met een kleiner aantal pionnen dan zijn tegenstander terecht. Ik meende dat hij nog wel kansen had, maar tegenstander Rob Aarts speelde het behoedzaam en wist een vrije d-pion te creëren. Daar was niets tegen bestand.

Bart had dit keer weer een zware partij. De tegenstander viel door het midden aan en Bart zet alles op een aanval op de koning met dame en toren via de h-lijn. Hij haalde daar ook zijn loper bij en ook die leek hij op veld h7 te kunnen richten. Helaas kon zwart simpel de kwaliteit tegen die loper offeren, zodat de witte aanval tot stilstand was gebracht. Zwarts eerder ingezette aanval door het midden besliste de partij.

Enige tijd voordat het duidelijk werd dat Bart zou gaan verliezen, had ik mijn hoop gevestigd op Johan. Een toreneindspel met ongelijke lopers leek in remise te gaan eindigen, totdat zwart plotseling zijn toren tegen de loper ruilde (en dus een kwaliteit offerde). Waarschijnlijk was dat niet nodig, maar hij deed dit om een dreigende inval van Johans toren tegen te gaan. Die inval kwam er dus toch en dat had de opmaat moeten zijn tot de winst! Onnodig gaf Johan echter zijn h-pion weg. Dat was een heel belangrijke pion, want nu kon zwart oprukken met zijn eigen h-pion. Logischerwijs eindigde de partij, doordat Johan zijn toren moest offeren tegen die opgerukte vrijpion, waarna een K tegen K+L eindspel overbleef. Remise dus en geen winst… en weer een 4-4 in plaats van een 4½-3½. Jammer...  

HSC 1 (2017) De Combinatie 1 (2036) 4-4
Ruben Venis (2137) Boyd Leenen (2099) ½-½ 
Bart Dekker (2083) Egbert Clevers (2261) 0-1 
Hugo Faber (2006) Jos Swinkels (1847) 1-0 
Johan Wuijts (1966) Freek Thijssen (2053) ½-½ 
Maarten Smit (2014) Tibor Hurkmans (1938) 1-0 
John van Rooij (2013) Peter Ramaekers (1867) ½-½ 
Pim Blijlevens (2007) Rob Aarts (2162) 0-1 
Pascal Boudewijns (1908) Gerard van de Berg (2062) ½-½ 

 

Ronde 1 (20 september): RSC 't Pionneke 1 - HSC 1 (door Hugo Faber)

Afgelopen zaterdag begon het nieuwe seizoen voor HSC 1 met de wedstrijd tegen ‘t Pionneke, een tegenstander die we zeer goed kennen. Afgelopen seizoen verloren wij jammer genoeg van hen met het kleinst mogelijke verschil, maar had er meer ingezeten. Om te voorkomen dat mensen zowel tegenstander als bijbehorende kleur van het vorig seizoen zouden krijgen, had ik de opstelling wat gehusseld en van iedereen de kleur omgedraaid.

Ruben was als eerste klaar. In zijn partij gebeurde niet zo heel veel. Wit en zwart ontwikkelden hun stukken en dat was het wel zo’n beetje. De heren besloten dan ook vrij snel tot remise.

Daarna wist Maarten, na krap 2 uur te hebben gespeeld, een overwinning te boeken. In een voor zwart al lastige stelling ging deze opzichtig in de fout en kon niet lang daarna opgeven. Dat was een lekker begin!

Zelf had ik opnieuw een teamleiderduel met Ivan Utama. Gelukkig nu wel met verwisselde kleuren. In een Spaanse variant (geheim wapen van mij) dacht hij al snel een blunder te hebben gemaakt en dat dacht ik zelf ook. Dat viel allemaal reuze mee (we hadden dus beiden ongelijk). Mijn troef was een loper op d5, waarmee ik een zwarte rokade kon tegenhouden. Die loper kon ik daar echter niet houden, want ik moest hem wel ruilen tegen zijn zwarte collega. Het eindspel daarna vond ik er – ondanks een geïsoleerde dubbelpion – wat verdacht uit zien voor mij. Ivan vertrouwde het echter ook niet zo en hij bood remise aan, wat ik aannam.

Bart had het deze middag zwaar. Hij was wat later en had ook nog eens een zware tegenstander (die ik op bord 1 had verwacht) met zwart. Naar wat ik zag heeft hij weinig kansen gekregen. Hij probeerde het dicht te schuiven, maar hij kon niet voorkomen dat de witte stukken zijn stelling binnendrongen. Na het redelijk kansloze verlies was hij dan ook zichtbaar teleurgesteld.

Ik keek nog eens op de resterende borden en dat zag er goed uit. Pim op bord 1 stond heel goed tegen Eduard Coenen. Johan, John en Paul (invaller dit keer) stonden ook allemaal goed. Dat zou zowaar nog een grote overwinning kunnen worden, mijmerde ik. Op de grote kans moesten we echter nog even wachten.

Johan verdedigde zich met zwart attent en hij wist de stelling te neutraliseren. Dat leverde hem zelfs een extra pionneke op. Daarna moest hij snel in de verdediging omdat zijn damevleugel wat verzwakt was. Wit offerde zijn paard op f6 om minimaal eeuwig schaak te hebben. Johan moest wel iets doen, maar hij had nog maar zeer weinig tijd en weigerde het offer. Daarna werd het paard opnieuw geofferd en dat offer moest Johan wel aannemen, waarna het eeuwig schaak werd. Uit analyse bleek dat Johan met een afwikkeling het paard op f6 met de dame had kunnen slaan, waarna er geen eeuwig schaak mogelijk meer zou zijn. Weliswaar was dat beter, maar nog niet direct winnend.

Paul stond eerst wat minder, met een achtergebleven pion op d6 en een ingesloten loper. Die loper speelde hij om via d8 en toen verbeterde zijn stelling plotseling. Wellicht stond hij zelfs een moment gewonnen, maar het bleek te weinig, zodat remise een logische uitkomst was.

John speelde voor het eerst mee als vaste HSC 1-speler. Nu is hij al een aantal keren ingevallen, dus zal hij geen plankenkoorts hebben gehad. Hij kreeg een bekende KoningsIndische stelling op het bord, waarin hij op een gegeven moment besloot tot c6-c5, daarmee zijn pion op d6 verzwakkend. Wit zette dat niet in voordeel om (of kon dat niet). Daarna kreeg John kansen tegen de witte koning die een heenkomen op de h-lijn had gezocht. Een gecombineerde aanval van stukken werd wit uiteindelijk fataal. Zo’n eerste partij winnen is een mooie binnenkomer!

Eduard Coenen van ‘t Pionneke is een aardige man hoor, maar waarom geven wij hem nou elk jaar een cadeautje?? Vorig jaar was het Bart die tegen hem met een enkele zet (niet in tijdnood) pardoes materiaal verloor en direct kon opgeven. En nu was het Pim, die in totaal gewonnen stelling (ook niet in tijdnood) besloot om dames te ruilen, waarna hij zijn pluspion kon inleveren. Zijn tegenstander, met de 3-4 achterstand geconfronteerd EN met hersteld materieel evenwicht, voelde zich dusdanig gesterkt, dat hij besloot door te spelen. Dat werd Pim uiteindelijk noodlottig, zodat het geen 3-5 werd maar 4-4.

Als ik het goed heb geteld, is dit nu de 5e wedstrijd over 2 seizoenen waarin HSC punten laat liggen. Pfff…. Houdt het dan nooit op?

RSC 't Pionneke 1 (2089) HSC 1 (2020) 4-4
Eduard Coenen (2196)  Pim Blijlevens (2014) 1-0 
Mark Meyers (2263)  Bart Dekker (2089)  1-0 
Jan van Mechelen (2155)  Ruben Venis (2136)  ½-½ 
Guido Royakkers (2071)  Johan Wuijts (1962)  ½-½ 
Ivan Utama (2140)  Hugo Faber (2001)  ½-½ 
Robert Schuermans (2020)  Paul van Asseldonk (1954)  ½-½ 
Gerard Roufs (1950)  Maarten Smit (2003)  0-1 
Paul Aben (1918)  John van Rooij (2003) 0-1 

 

 

 

Ons clublokaal