Verslagen van HSC B
Ronde 3 (11 november): HSC B - Veldhoven A door (Retze Faber)
De’n 11de van de’n 11e – het moet niet gekker worden
Lieve mensen, het was weer zover. Een volgepropte zaal in ons eigen Snookertown zat vol met onze twee avondteams en nog een 14-tal saldosprokkelaars.
Ik was deze keer in de functie toeschouwer, aanjuicher, gullelachbrenger en Belgisch-accent-meebrenger-door-schaaktrip-naar-Leuven. Desalniettemin wil ik u graag uit de doeken doen wat zich in mijn geliefde HSC B-team heeft afgespeeld. Want het bloed kruipt tenslotte waar het niet gaan kan.
Ik kwam binnen rond half 10 en de eerste klappen leken al uitgedeeld.
Op bord 2 was JP wederom in een stelling beland waar de pionnen niet verschoven waren, maar de stukken als een mikado-set over het bord heen waren gevallen. Gelukkig had zijn worp het een stuk beter gedaan dan die van de tegenstander. JP had een loper op g5 geofferd en was met paard en dame vanaf g5/h5 ten strijde aan het trekken. Daar stond nog eens een loper op c4 geparkeerd, een toren op d5 en een paard op c3.
Juist dat laatste paard werd dus nog maar eens op e4 ingezet met als doel het zwarte paard van f6 weg te lokken om mat te geven. Zijn tegenstander kon niet beter dan maar materiaal terug te geven en niet veel later kwam daar nog eens een toren bij en was het gedaan met het feestje.
1-0 voor ons.
Op bord 4 was onze teamleider, wedstrijdleider en mensenronselaar annex captain financhetto Paul Sanders weer terug na enige tijd uit de running geweest te zijn. Vrijwel hersteld, maar nog niet helemaal, was hij voortvarend uit de startblokken geknald en had hij brave Hans Brave doen blozen.
De stelling leek gewonnen, maar ach ach – de conditie van Paul was nog niet op pijl en zijn concentratie verslapte. Hij wist zichzelf zelfs even in schaak te zetten en alle fut viel eruit.
Brave Hans Brave bood echter sympathiek remise aan en dus was het 1½-½ voor ons.
Op bord 1 was de strijd door John weer eens op de achterlinie begonnen. Maar deze keer leek hij zich niet uit die loopgraaf te kunnen bevrijden.
Ook al waren de dames van het bord (er waren sowieso geen dames in de zaal – ach ach wat een mannenbal!) toch wist zijn tegenstander genoeg initiatief te ontplooien en meer en meer ruimte te pakken.
Een pionnenstorm op de koningsvleugel en een ram door het centrum maakten een eind aan alle kansen van John.
Het stond gelijk – 1½-1½.
Dan gaan we als laatste naar bord 3. De plek waar de tragiek van het schaken wederom in volle glorie te aanschouwen was. Ik denk zelfs dat we het hiervoor doen. De hoop. De wanhoop. De vreugde en het verdriet en de verlossing.
Alles kwam in deze partij samen.
Pascals tegenstander had het initiatief en stond goed toen ik binnenkwam. Pascal besloot dat een pion een leuk cadeau zou kunnen zijn als dank voor het biertje dat op zijn tafel gezet werd door de tegenstander.
Vrolijk nam zijn tegenstander dit aan en de hoop en de glans van het schaakleven bevreugden hem. Pascal vond dat een goed moment om remise aan te bieden – zonder blikken of blozen.
Zijn tegenstander schoot nog net niet vol in de lach en sloeg het niet alleen af – nee, hij besloot zelfs NOG een pion te winnen. De vreugde aan de ene kant – de wanhoop, maar ook vastberadenheid en vechtlust aan de andere. Hier kwam alles samen.
Bij mijn volgende ronde bleek de tragiek compleet. Pascal had de rollen voortvarend omgedraaid en nu was HIJ degene die twee pionnen voor stond! Een gewonnen eindspel van toren + 2 pionnen tegen toren en dit moest toch gaan lukken in tijdnood?
Dus vlugger, vlugger, vlugger met nog een minuut op de klok en hap chop hippo hai doombaching en daar was hij – de remise?????
Ja mensen, de ontlading van deze ontknoping was groots. Beide vechters waren door alle emoties heen gegaan, die ons mooie spel biedt.
En ik denk – de uitslag was terecht.
HSC B speelt 2-2 tegen Veldhoven A
| HSC B (1904) | Veldhoven A (1903) | 2-2 |
| John van Rooij (1995) | Rob van de Voort (1964) | 0-1 |
| Jean-Paul Fransen (1950) | Ronny van den Boomen (1863) | 1-0 |
| Pascal Boudewijns (1910) | Theo van de Meerakker (1947) | ½-½ |
| Paul Sanders (1761) | Hans Brave (1836) | ½-½ |
Ronde 2 (20 oktober): De Kentering A - HSC B (door Retze Faber)
🏆 Verslag uit Helmond: “De Beer, de Benko en de Bird die niet vloog”
(Of: hoe HSC B op een maandagavond de Rosmalense burcht bestormde)
Op maandag 20 oktober togen wij, dappere strijders van HSC B, richting Rosmalen. Onze bestemming: Café De Beer – een etablissement dat niet alleen dienstdoet als tapperij, maar ook als het episch strijdtoneel waar CM Wuijts, beter bekend als de terreurzaaier uit Helmond, ooit menig snelschaaktoernooi in lichterlaaie zette. Omdat onze vaste kapitein – opperaanvoerder, strategisch genie en erkend f4-veldbezitter – het strijdperk die avond moest laten voor wat het was, viel de eervolle taak van ad-interim teamleider mij ten deel. De man had echter wel goed voorwerk verricht: hij had een versterking van formaat geregeld in de persoon van Pim, alias de Übergraaier, de Eindspelschwindelaar van het Zuiden en de man die nooit remise speelt, tenzij het per ongeluk is. Logischerwijs werd hij neergezet op bord 1, zodat de rest van ons rustig fouten kon maken zonder dat iemand het doorhad. Aan de overige frontlinies verschenen de vaste strijdmakkers Jean-Paul, Pascal, en ikzelf – samen goed voor minstens drie sterke openingsideeën en een onheilspellend aantal eindspeltrauma’s. Ons doel: wraak nemen voor de smadelijke nederlaag van de vorige “avondcompetitieavond” (waarbij we, zoals de naam al subtiel suggereert, ‘s avonds in de avond speelden).
🪓 Bord 2 – Jean-Paul, de Barbaar van de Benko
Jean-Paul kreeg zwart en toverde onmiddellijk een Benko op het bord – een opening die hij speelt alsof hij er patent op heeft. Binnen tien zetten vlogen de stukken over het bord alsof iemand een doos LEGO omkieperde. Even leek het alsof er overal penningen, offers en combinaties uit de lucht kwamen vallen. Maar toen ik knipperde, was alles ineens verdwenen. Eindspel. Eén pionnetje meer voor JP, maar nog een lange weg te gaan. Gelukkig besloot zijn tegenstander spontaan iets terug te doen voor de goede sfeer: hij schonk Jean-Paul een volledig stuk. Zonder strik erom, maar met de hartelijke groet van de Kentering. Punt binnen. 0–1 voor de Helmondse Barbaren.
⚔️ Bord 4 – Pascal en de Scandinavische Schrik
Pascal had er zin in en haalde zijn favoriete wapen uit de kast: de Scandinavische verdediging. Hij offerde doodleuk een pion op d5 (“die halen we later wel op” mompelde hij alsof het om een vergeten jas ging) en zette zijn tegenstander meteen onder druk met een venijnig dameschaak op h4. Rokeren? Vergeet het maar. De arme witspeler veranderde zijn koningsstelling in een soort bunker van wanhopig verdedigende stukken – een “Fort Rosmalen”. Maar tegen Pascals penningenregen was geen paraplu bestand. Binnen de kortste keren brak de stelling open en kon de koning z’n kroon inleveren. 0–2, de stand begon er vrolijk uit te zien.
🦜 Bord 1 – De Bird die niet vloog
Onze Übergraaier Pim besloot zijn tegenstander eens op andere gedachten te brengen en begon met de Bird-opening. Een gewaagde keuze, want dat speelt hij ongeveer even vaak als hij remise aanbiedt. In het begin leek het een waar spektakel: de pionnen stormden over de koningsvleugel alsof de Helmondse luchtaanval was ingezet. Maar toen kwam daar Bent – een speler die niet alleen schaken kan, maar ook praat. Véél praat. Nog voordat de partij goed en wel begonnen was, wist hij ons vriendelijk te vertellen dat we speciaal waren gekomen om te verliezen (Gezellige vent trouwens, we zouden hem zo bij de carnavalsvereniging aannemen). Bent gooide zijn stukken naar voren in rakettempo, en voor we het wisten veranderde onze Bird in een plukje veren. Zelfs Pim moest toegeven dat hij deze keer gegraaid wérd in plaats van graaide. 1–2, de spanning was terug.
🧠 Bord 3 – De Gambietgrap van de avond
En toen was ikzelf nog bezig. Mijn tegenstander, een taaie Rosmalense kemphaan, weigerde koppig mijn gambietpion aan te nemen. Na vijf keer subtiel aanbieden (“toe nou, hij is echt lekker”) gaf ik het op en schoof de boel maar dicht in iets dat leek op een Frans met een identiteitscrisis. Toch voelde ik dat er iets in de stelling zat – een sluimerend gevaar, een tikje schwindelpotentie. En toen dacht ik aan Pim. Niet aan zijn nederlaag, maar aan die ene partij waarin hij zijn loper op h6 gooide alsof het de meest logische zet van de wereld was. Hij kon zich die partij later overigens niet herinneren, maar dat mocht de inspiratie niet drukken. Dus ik deed het ook. Loper h6! Een zet met meer panache dan gezond verstand. Mijn tegenstander keek alsof ik net zijn fiets had gestolen, rekende tien minuten, en gaf toen doodleuk een kwaliteit weg. Dat vond ik sportief van hem. Vanaf daar was het nog maar een kwestie van secuur spelen, zweten in tijdnood, en uiteindelijk het punt binnenhengelen. Eindstand: 1–3 voor HSC B!
🍻 Epiloog: De Laatste Bier(en) bij De Beer
Na afloop nog wat nabeschouwingen met onze sportieve tegenstanders – en ja, de sfeer was uitstekend. We verlieten Rosmalen met een brede grijns, een paar knetterende anekdotes en de tevreden wetenschap dat het volgende avondje weer van ons mag zijn.
Helmondse terreur, mission accomplished.
| De Kentering A (1926) | HSC B (1929) | 1-3 |
| Bent Schleipfenbauer (2055) | Pim Blijlevens (2007) | 1-0 |
| Nico van Brakel (1951) | Jean-Paul Fransen (1901) | 0-1 |
| Leon ter Beek (1898) | Retze Faber (1898) | 0-1 |
| Olaf Soons (1801) | Pascal Boudewijns (1908) | 0-1 |
Ronde 1 (23 september): HSC B - HMC A (door Retze Faber)
De aankomst der Goedgeluimden
Op dinsdag 24 september openden we het nieuwe seizoen van de avondcompetitie. Ik zal jullie als verslaggever annex vervangend teamleider annex vervangend wedstrijdleider annex vervangend vierdebordspeler eens even uit de doeken doen hoe dit is afgelopen. Ook al is – huil huil – de uitslag op de schaakapp al rondgegaan.
We mochten aantreden tegen HMC A, het team waar we vorig jaar met 1-3 van hadden verloren.
Gelukkig had Paul op zijn ziekbed het een en ander aan versterking weten op te trommelen, teneinde een herhaling van dit fiasco te voorkomen. Omdat Paul door een virus was geveld en Jean-Paul birra aan het drinken was (nou ja, en ook een beetje aan het werken was) in Bologna, was ratingpuntenverzamelaar en toernooiprijsgraaier pur sang Pim op bord 2 gezet en oud-HSC A-teamlid en daar medeverantwoordelijke voor de promotie naar de hoofdklasse Pascal op bord 3. Met John op bord 1 en ikzelf op bord 4 waren we enorm klaar voor de strijd.
Ik was dus ook erg in mijn nopjes toen ik de borden aan het klaarzetten was en HMC A ons lokaal binnen kwam. En ze waren enorm vrolijk, opgewekt, happy, uitbundig wellicht en al-met-al "goedgeluimd"! Natuurlijk was ik daar erg blij mee, want schaken is tenslotte een heerlijk tijdverdrijf, maar in mijn achterhoofd vroeg ik me af of dit een voorbode ging zijn voor de rest van de avond.
Was dat ook zo? Als je niet in de schaakapp zit (hartelijk dank nogmaals secretaris ;-) ) dan ga je er nu achter komen.
Bord 1 – Stelling Busto
John speelde met zwart tegen Caspar en ik leidde uit de stelling af dat er een Trompowsky was gespeeld waarbij wit op f6 had geslagen en John de loper op g7 had gefinanchetteerd. Omdat John er niet in geslaagd was d5 te spelen bleef hij met een dubbele f-pion en een pion op d6 zitten, waarna hij probeerde toch een soort van Benoni opstelling te krijgen. In het begin zag dit er niet zo geweldig uit helaas, maar op een gegeven moment begon ik toch te hopen dat dit weer ging uitmonden in een loopgravenstrijd, waar John uiteindelijk uit het zand omhoog zou klimmen.
Mijn hoop was helaas niet terecht – wit speelde het cool uit.
Bord 2 – Stelling goed beter minder slecht
Ook Pim kreeg een Trompowsky op het bord, maar hij was daar zelf deze keer als witspeler schuld aan. Hij wist snel een heel ruim centrum op te bouwen en de stelling zag er zeer veelbelovend uit. Later hoorde ik dat hij daarna zelfs nog een stuk wist te winnen en dus straal gewonnen stond met enige compensatie voor zijn tegenstander. Die "enige compensatie" werd door de Goedgeluimde HMC'er helaas erg rooskleurig ingeschat en diens zelfvertrouwen hielp hem Pim alsnog te verschalken.
Een 1 binnen handbereik werd dus helaas een dikke 0.
Bord 3 – Two bishops what else?
Pascal speelde met zwart volgens mijn inschatting een Scandinavische opening. Daarbij kreeg wit raar genoeg snel een pion op d4 en d5 en moest hij op e6 een pion offeren om zich te bevrijden. Die bevrijding (zeer on theme voor de herdenkingsperiode, waar we nu net in zitten) leek langzaamaan toch redelijk uit te pakken. Toen Pascal eenmaal ontwikkeld was, leek het alsof zijn loperpaar het hele bord ging opsnijden. In de woorden van Ben Finegold “the two bishops – what else?”.
Ik dacht ook te zien dat Pascal op enig moment ook een leuke combinatie had om twee pionnen terug te winnen met een grappig damevorkje, maar toen ik een kwartier later weer ging kijken bleek dat niet uitgevoerd te zijn. Ik ga er gemakshalve maar vanuit dat mijn oordeel deze avond niet het scherpste was – later daarover meer!
Uiteindelijk bleef Pascals tegenstander taai aan die extra pion hangen en toen alle kruitdampen laat in de avond waren opgetrokken, buitte hij die extra pion in een eindspel uit. Weer een nul erbij helaas.....
Bord 4 – Op je handen zitten zei ik nog!!!
Ikzelf mocht op het bord spelen, waar onze teamleider normaliter van start gaat. Met wit kreeg ik een Pirc tegen en al snel het bekende ruimtevoordeel dat daarbij hoort. Omdat mijn tegenstander Pc6 speelde in plaats van het meer normale c6, belandden we toch in een ander soort stelling dan we allebei gewend waren en dit leidde tot het nodige tijdverbruik aan beide kanten.
Ik ging intussen voortvarend verder met het verbeteren van mijn stelling en het innemen van ruimte tot ik niet 1-2-3 meer zag hoe ik nog verder kon verbeteren. Op zoek naar een break dus! In plaats van die even rustig voor te bereiden – of zelfs gewoon op de stelling te blijven zitten – speelde ik die zonder pardoes en bleek de gespeelde pion helemaal niet meer terug te kunnen krijgen! Vervolgens bleek de geopende lijn nutteloos voor mij te zijn en me juist een extra zwakte op te hebben geleverd. Drama op drama dus.
We waren intussen bij de uitvluggerfase beland, maar ook daar wist ik mijn tegenstander niet meer op het verkeerde been te zetten. Ook voor mij een dikke nul.
Einduitslag tweemaal korte rokade. De Goedgeluimden gingen in een nog beter humeur terug naar huis. Het is ze uiteraard gegund en volgend jaar zullen we ze belonen met een koekje van eigen deeg.
| HSC B (1946) | HMC A (1962) | 0-4 |
| John van Rooij (2003) | Caspar Hermeling (1979) | 0-1 |
| Pim Blijlevens (2014) | Ed Faber (2018) | 0-1 |
| Pascal Boudewijns (1908) | Niek Philipsen (1930) | 0-1 |
| Retze Faber (1857) | Piet van Eijndhoven (1922) | 0-1 |
Helmondse Schaakclub